Zwaar

“Dat moet je niet tegen haar zeggen; zeg maar dat ze te groot wordt”. Verdorie, mijn man heeft gelijk. Geduldig zucht ik en corrigeer ik mijn uitspraak. 

Dat is het nadeel (of misschien juist het voordeel?) van werken met mensen met een eetstoornis: je bent je bewuster van uitspraken die later kunnen bijdragen om door te schieten in een eetprobleem. Wie weet wat de liefdevolle opmerkingen anders kunnen losmaken in de toekomst. Ze komen vaak voor dat je misschien zou denken. Ik zei dus dat ze zwaar werd om te tillen, mijn schoonmoeder noemde haar laatst een varkentje omdat ze zo vies zat te eten en mijn vader vraagt steevast of ze misschien bakstenen heeft gegeten omdat ze bijna niet te tillen is. Wat zou het effect zijn als dit soort opmerkingen nog jarenlang af en toe voorbij komen? Ik kan niet in de toekomst kijken maar weet inmiddels wel dat het zeker kan bijdragen aan een vertekend lichaamsbeeld. Dit is de kleine bijdrage die ik kan leveren om mijn invloed op haar lichaamsbeeld zo positief mogelijk te maken. Dus de volgende keer dat ik haar tevergeefs probeer op te tillen, is ze nòg groter geworden.