Jus

Er is bij ons een discussie gaande over het nut van jus. Het zou niet lekker zijn en niet van deze tijd. 

Daar valt natuurlijk wat voor te zeggen. Hoewel jus op vele manieren klaar kan worden gemaakt valt er over smaak niet te twisten. Ik geloof ook meteen dat er steeds minder (jonge) mensen zijn die regelmatig aardappelen eten, laat staan jus.

Maar laten we het hebben over waar dit eigenlijk over gaat: angst. 
Angst om iets te eten waarvan je misschien de samenstelling niet helemaal kent; angst om vet binnen te krijgen of misschien alleen verzadigd vet; angst om aan te komen of de angst voor e-nummers in het geval van kant en klare varianten. 

Het is juist die angst die je eetstoornis macht geeft en je in zijn greep houdt. Het is namelijk niet zo dat je opeens 5 kg aankomt als je jus over je eten doet. Je raakt de controle niet kwijt als je een product van je verboden lijstje eet. Als je eten niet smaakt is dat niet het einde van de wereld. Het is ook niet zo dat je ziek wordt of dat het vet zich op de meest vervelende plekken van je lichaam gaat opslaan. En ergens weet je dat waarschijnlijk ook wel. Het voèlt alleen niet altijd zo. 

Maar stel dan je ook eens voor dat je gewoon kan eten waar je zin in hebt en dat het mag smaken of juist niet. Stel je voor dat je gezellig met vrienden kan kletsen zonder dat je alleen maar nadenkt over wat je nou moet eten, hoe je dit straks moet compenseren of wat je thuis allemaal gaat eten omdat je er eetdrang van krijgt. Stel je voor dat je gewicht stabiel blijft omdat je niet meer zo krampachtig op de rem drukt en jezelf allerlei regels oplegt om af te vallen. Stel je de vrijheid voor die je zou krijgen als je loskomt van het juk van je eetstoornis. 

Uiteindelijk gaat het erom dat je de macht van de eetstoornis kleiner maakt en juist daarom is het belangrijk om jus te eten. Door de angst uit de weg te gaan blijft de angst juist bestaan. Daardoor blijft er altijd een opening voor de eetstoornis om terug te komen als je denkt er vanaf te zijn. En dat is dus het nut van jus. 

Leedvermaak

Hoewel ik niet de enige ben moet ik toegeven dat ik absoluut niet kan omgaan met technologie en computers. Niet erg handig als er in Coronatijden veel digitaal wordt aangeboden. Toch zat ik er laatst klaar voor en bevond ik mezelf onder de paar gelukkige medemensen die wél begrepen hoe het waardeloze gratis vergaderprogramma werkte. 

Het bleek dus naast een kans om vanuit je eigen woonkamer kennis op te doen ook een gratis lesje frustratietolerantie. Blijkbaar is na maanden Coronawerken nog niet bij mensen doorgedrongen wat icoontjes betekenen en begrijpen de mensen die zo’n scholing geven ook nog niet helemaal hoe je zoiets kan doen zonder 10 minuten te verspillen aan het checken of iedereen aanwezig is. Aan het einde van de avond was ik dan ook buitengewoon trots op mezelf. Niet om de onhandigheid van mijn mede-deelnemers, maar vooral omdat ik heerlijk kon lachen om hun gevloek en getier over het stomme programma. Niemand kon me immers horen of zien. 

Zwaar

“Dat moet je niet tegen haar zeggen; zeg maar dat ze te groot wordt”. Verdorie, mijn man heeft gelijk. Geduldig zucht ik en corrigeer ik mijn uitspraak. 

Dat is het nadeel (of misschien juist het voordeel?) van werken met mensen met een eetstoornis: je bent je bewuster van uitspraken die later kunnen bijdragen om door te schieten in een eetprobleem. Wie weet wat de liefdevolle opmerkingen anders kunnen losmaken in de toekomst. Ze komen vaak voor dat je misschien zou denken. Ik zei dus dat ze zwaar werd om te tillen, mijn schoonmoeder noemde haar laatst een varkentje omdat ze zo vies zat te eten en mijn vader vraagt steevast of ze misschien bakstenen heeft gegeten omdat ze bijna niet te tillen is. Wat zou het effect zijn als dit soort opmerkingen nog jarenlang af en toe voorbij komen? Ik kan niet in de toekomst kijken maar weet inmiddels wel dat het zeker kan bijdragen aan een vertekend lichaamsbeeld. Dit is de kleine bijdrage die ik kan leveren om mijn invloed op haar lichaamsbeeld zo positief mogelijk te maken. Dus de volgende keer dat ik haar tevergeefs probeer op te tillen, is ze nòg groter geworden.